Wijn en plaats

  • Geplaatst op
  • Door Gilles van der Loo
Wijn en plaats

Gil was in Marokko en het leek hem kloppen er geen wijn te drinken. Het was tenslotte maar voor 10 daagjes.

De afgelopen dagen logeerde ik met mijn mijn gezin in het gehuchtje Moulay Bouzerktoune, niet ver van kustplaats Essaouira in Marokko. Door eerdere ervaringen in Arabische landen wist ik dat het - als je er al alcohol kunt krijgen - niet veel zin heeft om op zoek te gaan naar wijn. Het spul is er vaak zowel vies als aan de prijs, en mocht het wel te genieten zijn, dan zit je nog met het onbevredigende feit dat er in islamitische landen simpelweg geen draagvlak is voor onder invloed zijn. 

Ik herinner me een avond in Cairo met mijn vriend Gijs, waarop we na tien dagen droog te hebben gestaan ettelijke gin-tonics dronken in een koloniaal aandoend hotel inclusief obers-met-fez, traag draaiende plafondventilatoren en oververhitte expats. Na een paar uur stommelden we de Arabische nacht weer in, om te ontdekken dat een dronkeman in Egypte vergelijkbaar is met een heroinejunk te midden van zaterdagse kledingshoppers in de Kalverstraat. 

De eerste vijf avonden in Bouzerktoune kregen B en ik rond etenstijd verschrikkelijk veel zin in zoetigheid; vooral in chocolade en taartjes. Nu eten we dat soort dingen thuis zelden, en zeker niet rond etenstijd. Het vermoeden rees dat hier sprake was van een gemis van de suikers die we normaliter in de vorm van een glas wijn binnenkrijgen. Toch wilden we vasthouden aan ons voornemen (when in Rome) geen alcohol te kopen bij de geblindeerde vleugel van de Intermarché aan de rand van Essaouira.

Omdat iedereen in de omgeving Arganolie leek te verkopen (een product dat me maar matig interesseert) sloeg ik al een tijdje geen acht meer op de letters op omheiningen van boerderijen langs de weg, maar op de zesde dag, toen ik een andere route naar ons huisje koos, werd ik uit mijn mijmeringen opgeschrikt. Subliminaal waren de volgende woorden bij me binnen gekomen:

Domaine du val d'Argan, vigneron a Essaouira depuis 1994. 

Ik ging vol in de ankers, zette de auto in zijn achteruit en reed het terrein op. Het bleek hier om een wijnboer uit Châteauneuf du Pape (Château de la Font du Loup) te gaan, die door de oorspronkelijk diepe banden van zijn familie met Algerije besloten had een tweede bedrijf te beginnen in Noord-Afrika. Hij is nu de enige in het land die uitsluitend klassieke druivenrassen uit de Rhône verbouwt. Zijn 'hogere' wijnen, die van druiven van het eigen domein gemaakt worden, zijn biologisch gecertificeerd. 

'Nu moeten we wel,' zei ik tegen B, maar van mij had ze geen aanmoediging nodig. Een kwartier later lag er van alle wijnen van het domein een exemplaar op de achterbank. 

We kwamen erachter dat het moeilijk is om meer dan een paar glazen per dag te drinken in een islamitisch land. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het voornoemde draagvlak. Nog veel moeilijker bleek het iets zinnigs te zeggen over de kwaliteit van de wijn. 

Zelfs de 'haut de gamme' van het huis was in deze Marokkaanse analcoholische context van geen ander stempel te voorzien dan: best wel lekker voor bij de tajine. Bij terugkeer in Nederland kwam ik op het internet een stukje van Jancis Robinson tegen. Zij schrijft: 

"... my attention was drawn to this truly exotic Moroccan Roussanne. Could it really taste any good? In fact it turned out to taste like an absolutely classic textbook Roussanne, with herbal, blossomy scent, good substantial fruit, and an attractive backbone of acidity..."

Smaak en context. Het blijft een lastig fenomeen.