Vislijm

  • Geplaatst op
  • Door Olle Swets
Vislijm

Gisteravond proefden we een kleine berg wijnen voor de wijnkaart van een nieuwe klant.

De proeverij begon wat stroef, waarschijnlijk omdat we rond 18:00 uur net in de overgang zaten van een "leaf” naar “flower” moment volgens de biodynamische kalender. When wine is een superhandige applicatie die we altijd even checken als we een proefsessie gaan beleggen. De app geeft op de minuut aan wat een goed en slecht moment is om wijn te proeven op basis van de oogstkalender van Maria Thun.

Na 18:00 uur ging het een stuk beter, de wijnen zaten lekker in hun vel, knalden uit het glas en toonden hun mooiste kant. Terwijl we proefden en praatten, viel mijn oog op een achteretiket van een van de flessen op de toonbank. Vegan stond erop. Ik heb dat wel vaker zien staan op een etiket, maar er nooit aandacht aan geschonken omdat ik niet vies ben van een gegrild stuk vlees.

Omdat we gister toevallig al een paar keer over vegetarisch eten hadden gesproken, zette de term Vegan, met bijpassend flashy logo, me aan het denken.

Er zijn dus producenten die bewust kiezen om te benoemen dat ze veganistische wijn maken. Dat is op zichzelf prima, maar er zullen zeker een hele hoop producenten zijn die wel veganistisch werken maar niet willen betalen voor weer één of ander logo.

Dit soort certificaten irriteert me op de een of andere manier. Al die logo’s, gouden en bronzen medailles doen voorkomen alsof ze ons helpen de juiste keuze te maken. Een stempel of certificaat is immers een onafhankelijk keurmerk.

Het probleem met al deze stempels is echter dat ze niets zeggen over de kwaliteit van de wijn. De certificaten benoemen altijd een onderdeel van het productieproces maar vertellen ons daardoor ook een hele hoop niet.

Een rode wijn kan Vegan zijn maar het is dan wel toegestaan om 150mg/liter sulfiet toe te voegen of pesticiden en insecticiden te gebruiken in de gaard. Bij biologische wijn is het sulfietplafond 100 mg/liter en de gaarden moeten zonder verdelgingsmiddelen beheerd worden, maar je mag wel wel vislijm gebruiken om wijn te klaren.

Elke producent kan dus naar eigen inzicht beslissen wat hij wel of niet wil benadrukken om indruk te maken op zijn beoogde doelgroep. Dit eindeloze systeem van certificaten is gedurende decennia langzaam ontstaan, elke keer was er weer een nieuw clubje wijnmakers dat bedacht dat hun wijnen bijzonderder waren dan die van anderen.

Wat we eigenlijk willen is dat we kunnen kiezen op onze eigen voorwaarden, de veganist voor Vegan wijn, de antroposoof voor biodynamische wijn, de natuurwijnmonnik voor wijn zonder toegevoegde sulfiet, enzovoort.

De oplossing lijkt mij uiterst simpel: naast de certificering voor biologische of niet-biologische wijnbouw moet er een ingrediëntenlijst op het achteretiket. Er zijn 52 oenologisch toegestane procedés en behandelingen volgens de EU-wetgeving. Wanneer een producent ervoor kiest om er een toe te passen moet dat vermeld staan op het etiket.

Ik kan niet wachten op het moment dat dit werkelijkheid wordt. Die eerste ronde langs de wijnschappen van een willekeurige flinke supermarkt. Ik verheug me zo ontzettend op dat moment waarop ik niet meer hoef uit te leggen waarom goede wijn zo moeilijk is om te maken en niet voor €5,00 in het schap kan liggen zonder aanwending van 52 oenologische procedés.

Ik kan echt NIET wachten…

 

- Olle Swets